Ik wou werken, maar ik mocht niet

Na mijn eerste langdurige ziekenhuisopname wilde ik opnieuw voltijds aan het werk. Maar dat mocht niet van de arbeidsgeneesheer. Ik moest thuis blijven. Ik heb toen in overleg met mijn werkgever een paar maanden onbezoldigd deeltijds gewerkt tot het ziekenfonds me zei dat de arbeidsgeneesheer me niet kon verplichten om thuis te blijven. 

Toen ik met die informatie naar mijn werkgever stapte, besloot deze om mijn contract niet meer te verlengen. Men vreesde dat ik te vaak afwezig zou zijn. Ik voelde me enorm teleurgesteld en boos op die arbeidsgeneesheer en mijn werkgever. Het was zo oneerlijk. Alsof ik voor deze ziekte heb gekozen!

Sollicitatievrees

Na mijn ontslag bij mijn eerste werkgever bleef ik niet bij de pakken zitten. Ik begon meteen te solliciteren. Door die negatieve ervaring op mijn eerste werkplek, was ik van plan om mijn ziekte te verzwijgen. Maar ik merkte al snel dat mijn jaar afwezigheid vragen opriep.

“Iemand die op zo jonge leeftijd al een jaar in ziekteverlof is geweest, daar moet toch iets grondig mis mee zijn”, zag ik potentiële werkgevers denken. Toen ik op gesprek bij mijn huidige werkgever zei dat colitis ulcerosa de reden was van die afwezigheid, reageerden ze heel goed. Ze hadden duidelijk erger verwacht.

Omdat ik werk in een ziekenhuis zijn zowel mijn collega’s als de directie goed op de hoogte van wat mijn ziekte inhoudt. Ook toen ik deeltijds wilde werken omwille van mijn reumatische klachten, was dat geen probleem. Ik werk nu al 7 jaren 4 uur per dag. Dat is goed te doen, omdat ik elke dag voldoende kan rusten en recupereren.

Deel deze pagina

Katia over ...


Katia heeft colitis ulcerosa